Rapport Mobiliteitsraad: klimaat en transport in Vlaanderen
Datum23/09/2009
Doorgoedele
Type
Download, Klimaat, Mobiliteit en transport, Vlaanderen

De CO2-emissie van de sector transport is sinds 1990 fors gestegen, zowel op Vlaams, Belgisch als internationaal niveau. Deze groei is zeer sterk in het goederenvervoer, in het personenvervoer is er eerder een stabilisatie. Transport heeft dan ook een steeds groter aandeel in de totale broeikasgasemissies. Deze toename van emissies is het gevolg van een snelle groei van de mobiliteitsvraag vooruit gestuwd door economische groei en globalisering.

De verbeterde voertuigtechnologie heeft er wel voor gezorgd dat de toename van emissies beduidend lager is dan de mobiliteitsgroei. Er is bijgevolg sprake van een relatieve ontkoppeling tussen broeikasgassen en mobiliteitsgroei, maar geen absolute. Om de klimaatsverandering en de gevolgen ervan te beperken is een verregaande reductie van de broeikasgassen noodzakelijk. Ook de transportsector ontkomt hier niet aan. Gezaghebbende (internationale) rapporten geven aan dat dit mogelijk is met de huidige kennis en nog verder te ontwikkelende technologie. Er bestaat een waaier aan oplossingsmogelijkheden om tot een koolstofarme vervoersector te komen zonder grote maatschappelijke kosten. Beleidsmatig vereist dit een tijdig en gevat optreden waarbij de klimaatuitdaging voor transport ingebed wordt in een integrale en geïntegreerde aanpak inzake de verduurzaming van de mobiliteit.

Ten eerste is er nood aan het uitzetten van een ambitieniveau. Duidelijke doelstellingen moeten aangeven welke weg afgelegd moet worden. Vertrekkend van een langetermijnvisie kunnen tussenliggende korte termijn en middellange doelstellingen uitgezet worden op basis van een kosten-batenanalyse over verschillende sectoren heen. Het is belangrijk een helder kader uit te tekenen waarin verschillende actoren kunnen werken.

Ten tweede moet binnen dit kader een evenwichtig maatregelenpakket uitgewerkt worden. Na het vaststellen van het vertrekpunt en eindpunt moeten de wegen verkend worden om de afstand op meest efficiënte en maatschappelijk aanvaarde manier af te leggen. Dit vraagt om transitiemanagement en betrokkenheid van vele actoren. Gezien mobiliteit in sterke mate gestuurd wordt door ruimtelijke, economische en sociale processen is het van belang afstemming te zoeken tussen de verschillende beleidsdomeinen en beleidsniveaus.

In de afgelopen decennia werd veel verwacht van technologie om de negatieve effecten van mobiliteit te kunnen oplossen. Deze verwachtingen zijn tot nog toe maar in beperkte mate ingelost. Het is bijgevolg belangrijk om ook voor de huidige uitdagingen de rol van technologie goed in te schatten. De mogelijkheden van technologische innovatie moeten ingebed worden in de maatschappelijke processen. Het beleid dient daarom ook voldoende aandacht te besteden aan gedragsbeïnvloeding.

De periode 2009-2010 biedt de mogelijkheid aan de Vlaamse Regering om een nieuw kader voor duurzame mobiliteit uit te tekenen. Momenteel worden de processen opgestart om te komen tot een Mobiliteitsplan Vlaanderen, een nieuw Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en een nieuw MIRA-S. Bovendien wordt gewerkt aan een nieuw Europees Witboek Transport en wellicht zal eind 2009 in Kopenhagen een mondiaal ambitieniveau voor de broeikasgasemissiereductie worden vastgelegd. Deze planningsprocessen zijn dan ook een opportuniteit om op een geïntegreerde manier de lijnen uit te zetten voor een duurzaam transport. De strategische visie die hieruit voortvloeit moet dan ook helder vertaald worden in het Mobiliteitsplan Vlaanderen.

Het is voornaam om bij deze plannen niet opnieuw dezelfde fouten te begaan als in het verleden. De plannen toonden erg veel ambitie ter beheersing van (de negatieve effecten) van mobiliteit, maar deze ambitie werd niet vertaald in een sturend optreden. We stellen vast dat in België tot op heden geen gecoördineerde aanpak is voor de verduurzaming van het transport in het federaal klimaatplan in het algemeen voldoet geenszins. Ook het Vlaams klimaatbeleidsplan is wat betreft de verwachte emissiereductie in transport niet succesvol gebleken.

Om dit te vermijden is het zaak om te vertrekken van een goede analyse van de huidige toestand en te verwachten ontwikkelingen. Op basis hiervan moeten realistische doelstellingen uitgewerkt worden en de nodige middelen beschikbaar gesteld worden. Dit moet gepaard gaan met participatie en voldoende draagvlak.

Om tot resultaten te komen zal ingezet moeten worden op een mix van maatregelen en technieken. Dit belet niet dat duidelijke keuzes genomen moeten worden. Elk beleidsniveau heeft daarbij een rol te spelen. Dit vraagt voldoende afstemming maar ook om transparantie wat betreft doelstellingen, middelen en (tussentijdse) resultaten, zodat tijdig de nodige bijsturing kan gebeuren.

Zoeken