Rapport Mobiliteitsraad: Fijn stof en transport in Vlaanderen | |
| Datum | 23/09/2009 |
| Door | goedele |
| Type |
Download, Lucht en geur, Mobiliteit en transport, Vlaanderen
|
De bijdrage van Vlaamse verkeersemissies aan de algemene Vlaamse stofconcentratie in de lucht is beperkt: 3,5% voor PM10 en 5% voor PM 2,5. Toch verdient de transportsector veel aandacht in de problematiek van fijn stof. De impact van emissies door verkeer, en dan vooral wegverkeer, op de gezondheid is immers groter dan haar bijdrage tot de algemene fijn stof concentraties doet vermoeden. Ten eerste, blijken verkeersemissies voor PM10 25%, voor PM2,5 30% en voor NOx 50% van de Vlaamse emissies verantwoordelijk te zijn. Om tot een betere luchtkwaliteit te komen kan beleidsmatig vooral ingezet worden op het reduceren van de emissies. Ten tweede, blijkt in stedelijk gebied, en met name in streetcanyons en langs snel- en ringwegen het aandeel van het verkeer in stofconcentratie tot 30 à 40% hoger te liggen dan enkele honderden meter er vandaan. Ten derde, doorsnijdt verkeer woon- en verblijfgebieden, waardoor mensen direct blootgesteld worden aan de emissies. Ook verkeersdeelnemers komen rechtstreeks in contact met vaak onverdunde emissies. Net in deze gebieden komen veel korte ritten of ritten met veel optrekken en remmen voor, wat zijn extra vervuilend is voor het milieu. Ten vierde, blijkt dat de verbrandingsproducten van fossiele brandstoffen meer toxisch zijn dan deze van andere bronnen.
Maatregelen in de transportsector zijn dan ook op zijn plaats om tot een betere luchtkwaliteit te komen. Belangrijke vaststelling is evenwel dat voertuigen door Europese normering al systematisch milieuvriendelijker zijn geworden. Nieuwe voertuigen of voertuigen met roetfilter stoten beduidend minder vervuilende stoffen uit per afgelegde kilometer. Ook brandstoffen worden steeds properder. Toch werden de spectaculaire verbeteringen per voertuig gedempt door de enorme mobiliteitsgroei. Het wagenpark groeit nog steeds en ook het aantal voertuigkilometers blijft toenemen. Maatschappelijke processen zorgen er voor dat ook in de nabije toekomst, zeker voor goederenvervoer, een verdere groei van het transportvolume mag verwacht worden. De uitdaging voor Vlaanderen zal er dan ook in bestaan bijkomende inspanningen te leveren om de totale emissies terug te brengen bij een verdere groei van het mobiliteitsvolume.
Dat Vlaanderen de EU-normen nu en naar verwachting ook in 2010 en 2015 niet zonder extra inspanningen haalt, is ondermeer het gevolg van de hoge bevolkingsdichtheid, versnipperde ruimte, een dicht wegennet met lintbebouwing en groeiende mobiliteit. Door de centrale positie in Europa worden de concentraties bovendien in grote mate beïnvloed door de emissies vanuit de omliggende landen. Ook de internationale zeescheepvaart op de Noordzee vormt een belangrijke bron van verontreinigende stoffen. Een groot deel van de fijnstofconcentratie is bijgevolg grensoverschrijdend en/of van natuurlijke oorsprong. De mogelijkheden voor bronbeleid op Vlaams grondgebied zijn dus beperkt. Dit belet evenwel niet dat Vlaams en lokaal beleid geen significante bijdrage kunnen leveren.
Met het fijnstofplan en NEC-plan heeft Vlaanderen momenteel reeds een strategisch kader voor een aanpak van het luchtvervuilingsprobleem. Wat betreft transport stelt de MORA echter vast dat nauwelijks sturende maatregelen werden uitgevoerd en onvoldoende middelen werden vrijgemaakt. Indien de Vlaamse Regering daadwerkelijk achter het halen van de doelstellingen staat, dan dient zij ook voor transport voldoende middelen vrij te maken en deze op een strategische manier in te zetten.
De Mobiliteitsraad stelt vast dat het voertuigenpark in Vlaanderen de afgelopen jaren minder snel verschoonde dan in onze buurregio’s (Brussel, Wallonië en Nederland). Prioritair zijn dan ook maatregelen ter verschoning van het (bestaande) voertuigenpark. De aanpak van de fijnstofproblematiek moet kaderen in een ruimer kader van duurzame mobiltieit. Een coherent maatregelenpakket is vereist opdat de verdere groei in mobiliteitsvraag toch gepaard kan gaan met een verdere daling van de milieu-impact. De MORA is ervan overtuigd dat een win-win enkel bekomen kan worden wanneer de milieuaspecten integraal deel uitmaken van het transportbeleid. Aandachtspunten daarbij zijn volgens de MORA de afweging van maatschappelijke kosten en baten en de afstemming van kortetermijninspanningen met langetermijndoelstellingen. In 2010 zal de Vlaamse Regering een nieuw Mobiliteitsplan Vlaanderen goedkeuren. Dit biedt de mogelijkheid om huidig fijnstofplan en NEC-plan kritisch te benaderen en een nieuw kader voor duurzame mobiliteit uit te werken.